Den Haag - Design en Overheid

Iedere stip hieronder staat voor een bezoeker van deze site.
De kleur en het geluid worden bepaald door je unieke ip-adres.

nieuwsbrief rss-feed twitter

Sorry, you need to install flash to see this content.

Ed Annink over Den Haag Design en Overheid

Chris Reinewald (foto Jolanda Rovers)

 H. Th. Wijdeveld
Bron: Nederlands Architectuurinstituut, Rotterdam

Wijdeveld ontroert

Wijdeveld ontroert

19.06.2010

Plan the impossible, de documentaire van Hank Onrust over Hendrik Wijdeveld was zaterdag 19 juni te zien in het Filmhuis Den Haag als onderdeel van het filmprogramma Creativiteit gewenst. Freelance journalist Chris Reinewald gaf vooraf een korte lezing. Deze is hieronder te lezen.

Hendrik Wijdeveld, bevlogen levenskunstenaar, laat in de documentaire 'Plan the impossible' zien dat hij een begenadigd verteller en performer was. In lange emotionele zinnen verteld hij over Wendingen (het beroemde tijdschrift van 1918 tot 1931), zijn ontmoetingen met Frank Loyd Wright, de Franse architect Louis Cordonnier (hoofdarchitect van het Vredespaleis in Den Haag), en de steun van zijn altijd verliefde vrouw Ellen Kohn. Voor de overheid in Nederland bouwde hij een aantal woonstraten. De gerealiseerde architectuur van Wijdeveld is niet grensverleggend. Zijn volslagen eigenzinnige idee om een schacht van 24 kilometer diep de aarde in te graven en het Theater voor het Volk met een entree die doet denken aan een vagina zijn nooit uitgevoerd. Wijdeveld was een pragmatisch utopist; 'de geluksbrenger, de toekomst en het heerlijke'. Hendrik Wijdeveld werd bijna 102 jaar oud en bleef tot 'zijn laatste snik' geloven en werken aan zijn eigen Utopia.

Lezing Chris Reinewald

Wijdeveld: humaan megalomaan
Filmhuis Den Haag, 19 juni 2010

De prachtige documentaire die Hank Onrust in 1975 maakte over de architect, grafisch ontwerper en bladenmaker H. Th. Wijdeveld zag ik als 20-jarige ook op tv en was diep onder de indruk. In 2006 zag ik de film, in fragmenten, weer terug op de magnifieke Wijdeveld-overzichtstentoonstelling in het NAi.
Voor Wijdeveld, hoe geëxalteerd hij ook geweest moge zijn, moeten we onze hoed afnemen. Al was het alleen maar om de befaamde reeks tijdschriften: Wendingen, waarvan hij 14 jaar het hoofdredacteurschap voerde. Iedereen die in Nederland een dergelijk vormgevings-of architectuurblad maakt, beweegt zich als dwerg in de schaduw van het roemruchte Wendingen; vaak nu nog mondjesmaat antiquarisch verkrijgbaar. Mijn favoriete scène uit de documentaire gaat trouwens ook over Wendingen. Om precies te zijn over een themanummer – zo werkten ze meestal - gewijd aan de architecturale schoonheid van schelpen.

Deze documentaire wordt vertoond in het kader van de manifestatie Den Haag Design en Overheid, iets wat Wijdeveld – denk ik zo -  buitengewoon geamuseerd zou hebben. Tussen hem als architect en de overheid bestond namelijk geen noemenswaardige relatie van betekenis. Tegen beter weten in zegt hij ergens in de documentaire dat hij de gemeente Amsterdam toch nog een project “gaat veurleggen, waervan ze zullen gaan zeggen ‘geweldig.” Hij is dan inmiddels tegen de 90. En heeft een veelbelovende carrière… achter zich.
Even in het kort: in 1918 nam Wijdeveld het initiatief voor dit 'maandblad voor sieren en bouwen' dat tot 1932 bleef bestaan. Hij was - zoals gezegd - hoofdredacteur, maar ook wat je nu artdirector noemt. Hij verzorgde tevens de typografie en maakte themanummers waaraan grote namen uit binnen-en buitenland meewerkten. Wendingen gold verder als internationale spreekbuis van de Amsterdamsche School, de befaamde façadebouw, de ornamentele baksteenarchitectuur begin 20e eeuw. Op dat moment bevindt Wijdeveld zich – hoewel indirect - het dichtst bij de overheid als opdrachtgever, in dit geval: de gemeente Amsterdam. En ook wanneer hij het Nederlands paviljoen op de Wereldtentoonstelling van 1930 in Antwerpen mag ontwerpen. Als beschouwer, pleitbezorger en actief beoefenaar van vormgeving en architectuur lijkt Wijdeveld op Gio Ponti, een Italiaanse generatiegenoot die het nog steeds bestaande architectuur- en designblad Domus begon en bestierde. En die disciplines ook actief beoefende.
Net als Ponti beschikte Wijdeveld tot op hoge leeftijd over een schier ongebreidelde energie. Hij was een man die “larger than life” was. Sterker nog: zijn leven omspande meer dan een  eeuw. Hij overleed in 1987 op bijna 102-jarige leeftijd.

‘Groots en meeslepend’ willen leven in Nederland is een nobel streven, het ook daadwerkelijk doen door het onmogelijke te willen verwezenlijken – Wijdevelds credo - ligt toch wat lastiger in dit oneindig laagland.
We horen we straks in de documentaire dat Wijdeveld ze “allemaal had gekend” of met ze had gewerkt. En er volgt een lawine aan namen. Met Pierre Cuypers, architect van het Rijksmuseum verbouwde hij Slot Haarzuilens bij Utrecht tot een neogotisch anachronisme. Hij onderhield contacten met geestverwanten als de internationale bouwmeesters Erich Mendelsohn en Frank Lloyd Wright. In 1932 reisde hij naar Magnitogorsk in Siberië, waar zijn neef de architect Johan Niegeman samen met Mart Stam een nieuwe woonwijk ontwierp… in dienst van de overheid, die van de Sovjet Unie. Verder was Wijdeveld bevriend met decoratieve kunstenaars als J.M.L. Lauweriks en R.N. Roland Holst en de Britse letterontwerper en erotomaan Eric Gill. Via de theater en muziekwereld – hij was ook decorontwerper -  kende hij de danseres Isadora Duncan en de Duitse componist Paul Hindemith die onder meer het opgewekte, socialistische zangspel ‘Wir Bauen eine Neue Stadt’ schreef. Iets dat in het huidige politieke tijdsgewricht een rechtse hobby van de linkse kerk zou heten.

Een nieuwe stad bouwen, dat had Wijdeveld ook graag gedaan. Dat werd des te meer duidelijk op het retrospectief dat de tentoonstellingsarchitecten Kossmanndejong van Wijdeveld in 2006 in het NAi maakten. Zijn prachtige ontwerptekeningen van een Volkstheater uit 1918, gepland in het Amsterdamse Vondelpark, waren omgezet naar bewegende beelden. En zo ontvouwde zich de grootsheid van Wijdeveld over het 360 graden filmscherm. Wijdeveld als pre-multimediakunstenaar. Ook Kossmann, de tentoonstellingsmaker zelf, raakte onder de indruk. Als architectuurstudent – zei hij mij – werd Wijdeveld alleen even genoemd vanwege Wendingen en de Amsterdamse School. Verder werd er wat gegniffeld om de bizarre 25 kilometer diepe schacht in de aarde die hij in 1944 ontwierp.

Ongehinderd door eisen vanuit de praktijk – je kunt ook zeggen bij gebrek aan serieuze opdrachten – werd Wijdeveld tijdens de wederopbouwjaren vijftig een papieren architect, zoals Rem Koolhaas ook lange tijd dreigde te blijven. Gaandeweg werden zijn projecten grootster, meeslepender en onuitvoerbaarder.
Toch liet hij  het publiek graag delen in zijn grote gebaar, zijn schoonheidszin, zijn geloof in een betere woonomgeving. Zoals een tuinstedelijke verbinding tussen Amsterdam naar Zandvoort waar stad en natuur in elkaar overgaan. Bij het ene flatgebouw dat in Naarden staat denk ik vaak aan zijn plan om hier maar liefst 1200 glazen woontorens van 200 meter hoog neer te zetten. Voordeel was dat je hierdoor de begane grond, de omgeving geheel groen kon houden. Een soort mega-Bijlmer. Nogal ingrijpend dus maar eigenlijk kwamen architecten eind 20ste eeuw met vergelijkbare ideeën over het nog radikaler opdelen van Nederland in werk, woon en recreatiezones. Eén groot-Randstedelijke woon/werkstad, een industrieel zuiden en het ontvolkte oosten als groengebied.

Ja, Wijdeveld was een visionair en ook een megalomaan. Dat is - zeker in Nederland – een fatale combinatie. Kijk naar de opdrachten die onze overheid verstrekt. Of het nu postzegels, logo’s of gebouwen betreft - en grootschalig van opzet zijn – ze getuigen nooit van de trotse grootsheid die je bijvoorbeeld wel in Frankrijk bij de Grands Travaux aantreft: Musea, bibliotheken, kantoorwijken waarmee presidenten hun bouwkundige nalatenschap aan de natie veilig stellen.
Nationalisme komt in Nederland alleen naar boven als Oranje speelt bij een EK of WK voetbal. Verder heeft nationalisme iets potsierlijks en ontberen we elke elke  zichtbare vorm van megalomanie. Dat viel ook de Tsjechische schrijver Karel Čapek* op. Nadat hij in 1932 ons land voor een schrijverscongres bezocht noteerde hij: “Afgezien van het Haagse Vredespaleis – waar Wijdeveld trouwens bij assisteerde! -  en de Amsterdamse Beurs stuit je nergens op uitbundige monumentaliteit, nergens pathetische proporties of een afwijking van de normen in een klein land. […] Nergens kwantitatieve pronkzucht, nergens een extatisch of krampachtig gebaar, nergens elefantiasis of overgeproportioneerdheid. Hier houden de mensen zich niet voor de gek met grootheidswaan.”

En dat is nog steeds zo.
Op de huidige wereldexpo in Sjanghai presenteert ieder land zich met  overrompelende, technologische of futuristische paviljoens. Nee, daaraan doen wij Nederlanders niet mee. Kunstenaar-architect John Körmeling bouwde het Nederlands paviljoen, Happy Street als een prachtige, cabareteske staalkaart van de Nederlandse architectuur: de Cineac van Duiker, Rietveld en Van Doesburghuizen, een Vinex-wijkje, gegroepeerd aan een kermisachtige achtbaan met kitscherige lichtreclame. Happy Street is gezellig, vrolijk anarchistisch en getuigt van een optimisme dat je gek genoeg op dit moment wel in in China aantreft en niet in het van angst, “functioneel-boos” en populisme vergeven Nederland van 2010. Maar dit terzijde.
Vergeleken met de protserigheid eromheen is Happy Street misschien wel ook het voorbeeld van gecultiveerde lulligheid zoals we die kennen uit de Sjef van Oekel-shows van Wim T. Schippers.
Of niet-Nederlanders die tegendraadsheid ook vatten valt te betwijfelen. Maar dat maakt niet uit. De Chinezen koesteren zich in de schaduw van Happy Street gebouw op het nep grasveld met nep schaapjes, alsof ze in het Zuiderpark of Vondelpark liggen.

De documentaire stamt – net als de Van Oekel shows – uit het midden van de jaren zeventig. Ik  noem Van Oekel en Schippers hier trouwens niet zonder reden. 
Met hetzelfde respect als Onrust Wijdeveld vrijuit liet spreken, deden Kossmanndejong dat juist niet op hun tentoonstelling waar de documentaire een rol speelde. Onder de bewegende beelden sprak een acteur zijn teksten uit. Zonder enige stemverheffing.
Wijdevelds ouderwetsche pathos en grootheidswaan dreigde ons als 21ste eeuwse luisteraar het zicht te ontnemen op zijn unieke kunstenaarsschap. En dat zou niet terecht zijn. Alleen in de bewuste schelpenscène hoor je kort het geagiteerde, licht kakkineuze stemgeluid van Wijdeveld. Kossmanndejong zag er terecht van afzag hem teveel te laten horen. Met zijn oudeheren theatraliteit zou je meteen aan Sjef van Oekel denken en hem niet meer serieus nemen.
    
Achteraf redeneren blijft altijd speculatief maar toch…
Was Wijdeveld Amerikaans geweest, misschien dat hij uitgegroeid was tot een tweede Frank Lloyd Wright. Blijkbaar zag Lloyd Wright in hem een geestverwant, zo lijkt. En in Nederland zou hij – als hij generaties jonger was geweest – vanuit zijn papieren architectuur vanaf zijn 55e misschien toch wereldwijd hebben kunnen bouwen; zoals Rem Koolhaas overkwam.
Oordeel zelf. “Plan the Impossible” is en blijft een fascinerend portret van een humane megalomaan.

Chris Reinewald
www.chrisreinewald.nl