Den Haag - Design en Overheid

Iedere stip hieronder staat voor een bezoeker van deze site.
De kleur en het geluid worden bepaald door je unieke ip-adres.

nieuwsbrief rss-feed twitter

Sorry, you need to install flash to see this content.

Völlig weichgekocht, 2007
Sarah Illenberger
Foto: Andreas Achmann

 

Barcode Europa, 2001
Rem Koolhaas

 

Jar tops, 2008
Jorre van Ast

 

Multibet, 2006
Janneke Smale

 

Wanted Creativity, 2003
Gabriele Riva

 

Europa!, 2008
Job Martens

 

Designers, stay away from corporations that want you to lie for them, 1999
Jonathan Barnbrook

 

Bank Space to Take Place, 2008
Claudia Linders voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken
Het project Space To Take Place is een relatiegeschenk voor het ministerie van Buitenlandse Zaken. De ontvanger van het geschenk krijgt een gereserveerde zitplek op de 100 meter lange bank in IJburg.
www.spacetotakeplace.nl

 

 

 

 

 

Gerelateerde websites

Hieronder een aantal interessante websites in relatie tot de discussie over de identiteit en perceptie van Europa. Je bent uitgenodigd aanvullende websites te mailen aan info@designdenhaag.eu.

www.beda.org
www.cafeeurope.at
www.coe.int
www.create2009.europa.eu
www.culturalpolicies.net
www.cultureactioneurope.org
www.dare2connect.nl
www.e-overheid.nl
www.ec.europa.eu
www.ericarts.org
www.eu2009.cz
www.europahoortbijnederland.nl
www.europaomdehoek.nl
www.european-creative-industries.eu
www.europeana.eu
www.ineuropa.nl
www.nations-of-the-world.org
www.netwerkplatteland.nl
www.picobelleuropa.nl
www.policyconnect.org.uk/design

www.ted.europa.eu

 

Cultuurbeleid in Europa

Het Compendium voor cultuurbeleid en culturele ontwikkelingen in Europa (The Compendium of Cultural Policies and Trends in Europe) is een informatie- en monitoring systeem over cultuurbeleid, beleidsinstrumenten, culturele debatten en ontwikkelingen in Europa dat op het internet beschikbaar is. Het Compendium is in 1998 gestart door de Raad van Europa in samenwerking met de European Institute for Comparative Cultural Research (ERICarts). Onafhankelijke deskundigen, niet-gouvernementele organisaties en nationale overheden zijn betrokken bij publicatie en actualisering van het Compendium.
www.culturalpolicies.net

 

Dare2Connect

Dare2Connect (Felix Meritis en Stichting Internationale Culturele Activiteiten) biedt een centraal podium voor debat, kennisuitwisseling, ontmoeting, presentatie en netwerken op het gebied van het internationale cultuurbeleid en internationale cultuur- en kunstpresentaties. Het programma van Dare2Connect voorziet in een gevarieerde mix van bestaande publieksactiviteiten en nieuwe programma’s om internationale culturele activiteiten te ontwikkelen en stimuleren.
www.dare2connect.nl

 

Archeologie en design

Lonny van Rijswijck maakte van klei uit dertig verschillende plekken in Nederland dertig koppen en schotels onder de titel ‘Uit de klei getrokken’. Iedere kop en schotel had na bakking een andere kleur. Die kleur is het gevolg van de samenstelling van de klei. Hierdoor wordt het product een soort vergrootglas naar de geschiedenis. En wordt design een informatieve illustratie bij antropologie.
www.ateliernl.nl

 

Florarium Temporum

Het is interessant terug te kijken in het verleden en verborgen kennis zichtbaar te maken ten behoeve van het heden en de toekomst.
Uitgangspunt voor het project Florarium Temporum is de gelijknamige wereldkroniek van Nicolaas Clopper jr. uit 1472. Deze oerbron voor de Zuid-Nederlandse geschiedschrijving had als doel de wereld beter hanteerbaar en inzichtelijk te maken. De drang om de wereld inzichtelijk te maken is ook voor veel hedendaagse ontwerpers nog een bron van inspiratie. Twaalf ontwerpers plaatsen met hun werk het Florarium Temporum in een actuele context. Samen creëren ze een ontdekkingsreis die leidt tot het vullen van een gat in ons collectieve geheugen en die nieuwe deuren opent in deze constante zoektocht naar inzicht in de wereld.
www.florariumtemporum.nl

 

Dutch Design Fashion Architecture

Kenmerkend voor de behoefte om Nederlands design, architectuur en mode in het buitenland (nog) meer bekendheid te geven is de recente oprichting van DDFA (Dutch Design Fashion Architecture). Van 2009 tot 2012 zal het DDFA-programma de rol van initiator, adviseur en stimulator van een programma van internationale activiteiten op het gebied van design, architectuur en mode op zich nemen.
www.dutchdfa.nl

 

Het gezicht van de Rijksoverheid

Niet alleen ieder ministerie heeft zijn eigen huisstijl, ook de Belastingdienst, Rijkswaterstaat en vele andere instellingen van de Rijksoverheid. De huisstijldichtheid bij de Nederlandse Rijksoverheid is enorm. De invoering van één logo en één huisstijl zijn randvoorwaardelijk voor een eenduidige presentatie van de Rijksoverheid. Het nieuwe logo voor de Nederlandse rijksoverheid, ontworpen door Studio Dumbar, moet een einde maken aan de visuele versnippering en bijdragen aan een grotere herkenbaarheid en toegankelijkheid.
www.studiodumbar.nl

 

Europese samenwerking

De Bond van Nederlandse Architecten (BNA) heeft een rapport over eisen van de Europese aanbestedingsprocedures voorgelegd aan de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA). Uit een enquete van de BNA blijkt dat bijna tachtig procent van de architectenbureaus wegens de zware eisen afziet van Europese aanbestedingen. De eisen aan omzet en ervaring vormen de grootste belemmering.
Architecten klagen over EU-regels, NRC Handelsblad, 19 november 2008

 

Mondriaan Stichting

De Mondriaan Stichting is in 1994 opgericht met het doel de belangstelling voor en vraag naar beeldende kunst, vormgeving en cultureel erfgoed te vergroten en te verdiepen. Daarnaast wil de stichting de internationale belangstelling voor hedendaagse beeldende kunst en vormgeving uit Nederland vergroten en de positie ervan versterken, onder andere door de Nederlandse deelname aan de biënnale van Venetië te organiseren.
www.mondriaanstichting.nl

 

Premsela

Premsela, stichting voor Nederlandse vormgeving, bestaat sinds 2002. Doelstelling is ‘het verbeteren van het culturele designklimaat in Nederland’. Vanuit een culturele invalshoek wil de stichting zorgen voor goede condities en kansen voor de groei van design en mode, waarbij zij naar eigen zeggen een veelzijdige, dynamische opvatting van design hanteert. In zijn beleidsplan 2009-2012, getiteld Designwereld, geeft Premsela aan de komende periode de functies van een platform te willen combineren met de ondersteunende taken van een sectorinstituut. De stichting noemt vier voorwaardenscheppende aspecten voor een positieve ontwikkeling van de organisatie: gevoeligheid voor veranderingen in de omgeving, samenhang en identiteit, tolerantie en decentralisatie en een behoudend financieel beleid. De stichting licht in haar beleidsplan vervolgens een aantal thema’s toe die volgens haar invloed hebben op de ontwikkeling van het culturele designklimaat: amateurisme, betekeniseconomie, bewustwording, culturele identiteit, mondialisering en populaire cultuur.
www.premsela.org

 

Raad voor Cultuur

De Raad voor Cultuur is het wettelijk adviesorgaan van de regering en de beide Kamers der Staten-Generaal als het om cultuur- en mediabeleid gaat. De Raad is onafhankelijk. De meeste adviezen worden uitgebracht op aanvraag van het  ministerie van OCW. Ook andere bewindslieden en de Eerste en Tweede Kamer kunnen de Raad om advies vragen, maar dat gebeurt niet vaak.
www.cultuur.nl

 

Bond van Nederlandse Architecten

De Bond van Nederlandse Architecten (BNA) is de enige algemene Nederlandse beroepsvereniging van architecten. Doel van de BNA is het stimuleren van de ontwikkeling van de bouwkunst en het bevorderen van de beroepsuitoefening van de leden. Ruim 3.000 architecten leveren binnen de BNA een gezamenlijke inspanning om optimale voorwaarden te scheppen voor de uitoefening van hun beroep door ontwikkeling van hun vakmanschap, versterking van hun ondernemerschap en door de maatschappelijke, culturele en economische profilering van architect en architectuur.
www.bna.nl

 

Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers

Als ontwerpersorganisatie heeft de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers (BNO) een voorgeschiedenis die teruggaat tot 1904. In dat jaar werd de Vereniging van Ambachts- en Nijverheidskunst (VANK) opgericht. De BNO zet zich in voor de zakelijke, maatschappelijke en culturele belangen van ontwerpers. De BNO verenigt ruim 2500 individuele ontwerpers en 200 ontwerpbureaus en -afdelingen van bedrijven.
www.bno.nl

 

De publieke zaak van de grafisch ontwerper

In 2006 maakt Annelys de Vet samen met studenten van de Design Academy in Eindhoven een publicatie met de titel ‘De publieke zaak van de grafisch ontwerper’. Ze gaat met deze publicatie in op de diversiteit van de Nederlandse samenleving. De studenten maken posters die uitdrukking geven aan thema’s als: hoe vol is Nederland, wat betekent de multiculturele samenleving en de individualisering voor visuele communicatie?
www.annelysdevet.nl

 

 

missie

Design en Overheid

Stichting Design en Overheid onderzoekt de culturele, economische en maatschappelijke betekenis van de relatie tussen Design en Overheid binnen Europa in een internationale context. Design en Overheid organiseert sinds 2010 incidenteel tentoonstellingen, publicaties, lezingen en debatten, workshops en documentaires op het gebied van public design, visuele communicatie en architectuur. Doel is een betere inzet door de overheid van ons creatief vermogen in haar communicatie met de samenleving.

Lees hieronder meer als je geïnteresseerd bent in de achtergrond van en de motivatie voor de missie:

Het doel van Design en Overheid is om te onderzoeken op welke manier design een bijdrage kan leveren aan een zichtbaar Europa in een internationale context en welke rol de overheid hierin kan spelen. Het onderzoeksdomein betreft design, architectuur en visuele communicatie. Deze disciplines leveren een niet te onderschatten bijdrage aan een sterke culturele en economische positie van Nederland. Nederlands design heeft niet alleen een internationale reputatie verworven in cultureel opzicht, maar deze sector maakt tevens een steeds belangrijker onderdeel uit van de Nederlandse economie.

Bovenstaande doelstelling wordt ingegeven door een aantal urgente kwesties die op dit moment om onze aandacht vragen:
. Het besef dat Europese samenwerking op het gebied van design economische voordelen kan bieden en het gevoel van Europese eenheid kan versterken.
. De behoefte om te onderzoeken hoe design kan aansluiten op de culturele diversiteit op nationaal en Europees niveau in een internationale context.
. De noodzaak om nieuw economische oplossingen te bedenken op het gebied van overproductie en overconsumptie.

Een belangrijk uitgangspunt is de wens dat er op Europees niveau overeenstemming op het gebied van cultuurbeleid en regelgeving bereikt wordt. Verdergaande globalisering en de opkomst van nieuwe economische grootmachten is tevens een belangrijke motivatie voor een groeiend Europa om haar identiteit vast te stellen. Een sterker Europees zelfbeeld en een open houding ten opzichte van culturele diversiteit in de globale samenleving zal leiden tot betere samenwerkingen met de Arabische landen, Azië en India.

Om vat te krijgen op de mogelijke oplossingen die voor bovengenoemde issues bedacht kunnen worden, bestaat het onderzoekstraject uit drie met elkaar samenhangende aandachtsgebieden: perceptie, identiteit en kennis delen.

Perceptie
Hoe beleeft de designer zijn eigen vakgebied en hoe beleeft de consument design, architectuur en visuele communicatie? Het beeld dat in de media en in het publieke domein bestaat, wordt momenteel gedomineerd door ontwerpers die dure unica maken en architecten die opvallende architectuur maken. Door het media succes, maar ook de relatief goede verkoop van design en de internationale implementatie van architectuur in de besluitvorming van stedelijke infrastructuren, staan design en architectuur volop in de internationale belangstelling. Maar wat voor de één betekenisvol is, is voor de ander zonder waarde. Een horloge is voor de maker zijn vak, voor de conducteur een middel en voor de erfgenaam van onschatbare waarde.

Het gaat bij limited editions, een actuele ontwikkeling in design, niet zo zeer om de instrumentele functionaliteit maar om het imago, de vakbekwaamheid, de kostbaarheid en de exclusiviteit die ervan afstraalt. Kleine design oplages vullen de verzamelingen aan van kunstverzamelaars en musea. De enorme populariteit van design valt verder ook af te lezen aan het toenemende gebruik van het woord design, waardoor het is uitgehold tot een modeterm. Zo zien we inmiddels al jaren designbonbons, designkappers, designtegels etcetera. Dit zijn vaak diensten en producten die niet door ontwerpers zijn bedacht en vormgegeven maar door ondernemers die het begrip design hebben geconfisqueerd om een bepaalde doelgroep te bereiken. Er zijn ontwerpers van internationale faam die door deze devaluatie van het begrip design hun talenten niet direct meer aan de geëigende productie en distributiekanalen aanbieden maar zich inzetten in andere domeinen van de samenleving, denk aan maatschappelijk geëngageerde producten of producten en diensten met een sociale dimensie. Een aanzienlijk aantal hedendaagse ontwerpers wil een zinvolle bijdrage leveren aan de samenleving door het ontwerpen van voor iedereen betaalbare producten die tegelijkertijd een bijdrage leveren aan kwesties als het milieu en overproductie. Er wordt nagedacht over kleinere productie aantallen en daarmee samenhangende kleinere distributiegebieden. Dit kan zijn om een regionale cultuur te bedienen maar ook om een specifiek culturele uiting te realiseren. De meer idealistisch ingestelde ontwerpers willen met andere disciplines en vakgebieden hun kennis delen, vooral ook omdat het concept of het idee belangrijker wordt gevonden dan uitsluitend een goede functie en een goed materiaalgebruik. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat alleen door rekening te houden met de samenhang van sociale, culturele, economische en technologische factoren een bevredigend eindresultaat bereikt kan worden. De verwachting is dat deze integrale en conceptuele benadering van het ontwerpvak een betere bijdrage aan de samenleving en het milieu kan bieden.

Er heerst een toenemende onvrede over de praktijk dat vormgeving het resultaat is van marketingonderzoeken en minder van het experiment. Deze dominantie van het marktdenken heeft geleid tot een zielloze ‘middle-of the road-cultuur’. De niet aflatende hang naar nieuwe producten en het snel weer uitgekeken zijn op het aangeschafte zou plaats moeten maken voor een meer verantwoord consumptiegedrag. Om hier verandering in te brengen is er vooral een omslag in de levenshouding van de consument nodig. Een adequate manier voor de ontwerper om dit te bewerkstelligen is het bevorderen van het gevoel voor kwaliteit. Door de gemiddelde smaak naar een hoger niveau te tillen, zullen er minder maar wel betere en niet per se duurdere producten gekocht worden. Hierbij is het tevens van belang om rekening te houden met de emotionele waarde die een product bij de beschouwer kan oproepen. Als men zich op de een of andere manier kan hechten aan het product is de kans dat het snel weer bij het grootvuil gezet wordt aanzienlijk kleiner. De huidige designer is uitgedaagd om tot een evenwicht te komen tussen de duurzame kwaliteit van het product en de aanwezigheid van emotionele dimensies als culturele identiteit en herinnering.

In deze tijd waarin we geconfronteerd worden met allerhande dreigingen op ecologisch, klimatologisch, religieus, politiek en sociaal gebied is een geëngageerde en innovatieve houding van de designer van groot belang. Ontwerpers vragen zich steeds vaker af welke rol en positie deze inneemt in de cyclus van vraag en aanbod. Een belangrijk aandachtspunt is ook het verschil tussen de ‘wants’ en ‘needs’ van de samenleving. Om de huidige overproductie en overconsumptie tegen te gaan, zijn er verschillende veranderingen in het functioneren van design, en de rol van de ontwerper, noodzakelijk. Dat de samenstelling van de bevolking nu anders is dan dertig jaar geleden is evident. De vraag is of we met de kennis van dertig jaar geleden producten voor vandaag en morgen kunnen vervaardigen die aan een multiculturele samenleving worden geadresseerd. Hoe moeten we omgaan met de gewoontes en tradities van de diverse bevolkingsgroepen en hun perceptie op de vormgeving van de openbare ruimte en consumentenproducten?

Identiteit
Wat wordt er verstaan onder identiteit? Meten en waarderen we dat aan de taal, de cultuur, de volksaard, de levensstijl? Is er nog sprake van duidelijk omlijnde identiteiten van de verschillende landen en culturen of vermengen deze zich? Door de toenemende migratiestromen vindt er in snel tempo een assimilatie van uiteenlopende culturen plaats. Hoe wordt er door de politiek, de samenleving, maar ook door vormgevers en architecten omgegaan met dit interculturalisme? Kan er te midden van deze veelvoud aan identiteiten ook nog gesproken worden van een Europese identiteit, en waaruit bestaat deze dan? Hoe verhoudt vervolgens de Europese identiteit zich ten opzichte van de afzonderlijke nationale en subculturele identiteiten?

Op dit moment bestaat er een spanningsveld tussen enerzijds de behoefte om de eigen nationale identiteit te visualiseren, denk aan het rijksbrede logo en de in 2008 geïntroduceerde Rijksoverheidsletter, en anderzijds het besef dat we leven in een smeltkroes van verschillende culturen. Dit uit zich in Nederland bijvoorbeeld in de wens om op cultureel gebied op internationaal niveau een duidelijk geprononceerde rol te spelen. Met name op het gebied van design, architectuur en visuele communicatie heeft Nederland een naam hoog te houden. Tegelijkertijd tekent er zich door de multiculturele samenleving een steeds scherper bewustzijn af dat de westerse smaak niet meer zaligmakend is. De huidige dominantie van de westerse beschaving heeft ertoe geleid dat er een wereldwijde homogenisering van de cultuur dreigt te ontstaan. Het vraagt om de inzet van ontwerpers om in onderlinge afstemming te zoeken naar een grotere culturele verscheidenheid in het aanbod. Onderling respect en inzicht in westerse en niet-westerse culturen zouden een belangrijke verrijking voor de cultuur en de samenleving kunnen betekenen. Vooral ook de verschillen in dynamiek en nieuwsgierigheid van jong en oud is hierbij een interessant onderwerp. De overkoepelende vraag is hoe ontwerpers met deze gelaagdheid van identiteiten en dynamieken die nu naast en door elkaar bestaan in de toekomst zullen omgaan.

Kennis delen
Een leidende gedachte van Design en Overheid is dat design op Europees niveau een verbindende rol zal gaan spelen. Het is interessant om te zoeken naar de mogelijkheid van een herkenbaar Europees gezicht, zonder dat hierdoor afbreuk wordt gedaan aan de verscheidenheid van de locale culturen. Een duidelijk voorbeeld van een geslaagde Europese eenheid in landelijke verscheidenheid is uiteraard het Europese geld, de euro. Dit heeft veel economisch voordeel en gebruikscomfort opgeleverd. Een dergelijke gemeenschappelijke Europese vormgeving zou ook toegepast kunnen worden op de markering van openbare beroepen en diensten. Te denken valt aan uniformen voor de militairen, de politie, brandweer, rechters etcetera. Maar ook de kleding van de sporters uit de landen binnen Europa die deelnemen aan de Olympische Spelen zouden herkend kunnen worden aan een Europees signatuur. Zo zou, evenals bij de euro, aan de accentverschillen de nationaliteit afgelezen kunnen worden. Van belang lijkt het verder om op het gebied van visuele communicatie een gemeenschappelijke Europese vormentaal te ontwikkelen. Zou het een vooruitgang betekenen als de bewegwijzering, de logo’s van het openbaar vervoer en openbare diensten zoals apotheken en ziekenhuizen in heel Europa hetzelfde zijn? Interessante gedachte bij het delen van kennis en samenwerken is het voordeel dat dit financieel kan opleveren. Als we de Europese bewegwijzering onder één aansturing kunnen ontwerpen en produceren hoeft dat dus niet 48 keer gedaan te worden. Tijd en geld kunnen vervolgens worden herbestemd om bijvoorbeeld innovatie op het gebied van social design te financieren.

Design en Overheid en design
Technische innovatie, nieuwe materialen en mode zijn altijd al van invloed geweest op de vorm waarin de dingen verschijnen en op de markt komen. Tegenwoordig is het internationale en lokale aanbod overweldigend groot. Wereldwijd zijn er ondernemers die in staat zijn om te bouwen, te produceren en te distribueren. In de meeste gevallen is geld verdienen het uitgangspunt. De internationale markt is echter overvol geraakt. Er is teveel van hetzelfde. Teveel van hetzelfde voor min of meer dezelfde vorm, prijs en via dezelfde distributiekanalen. Een belangrijke motivatie voor de hoge productie is de lage eindprijs van het product, waardoor een grote groep internationale consumenten kan worden bereikt. Dus worden er grote oplages met kleine marges gerealiseerd. Deze motoriek is meer gestuurd vanuit marketing dan vanuit innovatie of vanuit maatschappelijke motivaties. Door internationale productie en distributie is onderscheid niet meer aan de orde. Alles lijkt hetzelfde. Niettemin is er in Nederland een enorm goed opgeleid creatief potentieel dat gerichte communicatie kan ondersteunen, ontwerp processen en beslissingstrajecten kan sturen, minder en betere producten kan maken die niet perse duurder hoeven te zijn en interessante gebouwen met aandacht voor duurzaamheid en milieu kan ontwerpen.

Nederland onderscheidt zich in het buitenland op het gebied van vormgeving. Dit heeft zeker ook te maken met het gunstige designklimaat dat door de Nederlandse overheid is geschapen sinds eind jaren tachtig. Dit heeft mede geleid tot het feit dat in de loop van de jaren negentig er ineens werd gesproken over het brand Dutch Design. Dit is mede te danken aan de successen die in binnen- en buitenland werden behaald door Droog Design, Marcel Wanders, de modeontwerpers Victor en Rolf en de Design Academy Eindhoven. Droog Design is van een podium voor innovatief design uitgegroeid tot een internationale voortrekkerspositie. Marcel Wanders werd één van de internationale sterren van de laatste tien jaar en wordt vergeleken met bijvoorbeeld Philippe Starck. Victor en Rolf lanceerden zichzelf in de wereld van de high fashion. Tegenwoordig zijn deze ontwerpers hard bezig hun verworven roem om te zetten in commercieel goed gerunde bedrijven die hun producten zichtbaar, toegankelijk en betaalbaar op een grote internationale markt distribueren. Daarnaast ontwikkelt zich in de laatste drie jaar een parallelle beweging die exclusieve en dure objecten produceert. Dit is een interessant experiment waarvan de resultaten vooralsnog door collectioneurs en musea worden aangekocht. Op termijn zullen we weten wat de bijdrage van deze beweging is aan een grotere consumentenmarkt. Design en Overheid is geïnteresseerd in producten die niet alleen een verbetering in materiaal, techniek en functionaliteit laten zien, maar vorral een relatie hebben tot de multiculturele samenleving met verschillende identiteiten en geloofsovertuigingen. Hiernaast gaat de belangstelling uit naar producten met aandacht voor duurzaamheid en milieu. Verder kan design een verbindende rol vervullen in de openbare ruimte.

Design en Overheid en architectuur
De invloed van de overheid op de vormgeving van onze leefwereld is groter dan menigeen zou denken. Dit komt het meest tot uitdrukking in onze gebouwde omgeving, waarbij de overheid voor maar liefst zeventig procent direct of indirect betrokken is. Wat zou Nederland zijn zonder het Paleis op de Dam, het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam, het Gemeentemuseum Den Haag, het museum Kröller-Müller, de Stopera, het ministerie van VROM, het Haags Stadhuis, het Architectuurinstituut in Rotterdam en het Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum. En zo kun je nog wel even doorgaan, in aanmerking genomen dat alle overheidsgebouwen, zoals ministeries, stadhuizen, justitiële gebouwen, maar ook - in het verleden - overheidsdiensten als de PTT en energiebedrijven in opdracht van de overheid zijn gemaakt. Daarnaast financiert de overheid ook de bouw en exploitatie van veel openbare gebouwen als ziekenhuizen, schouwburgen, musea en bejaardencentra. Naast directe opdrachtgever op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau, drukt de Nederlandse overheid ook als wet- en regelgever een belangrijk stempel op het terrein van de volkshuisvesting.

Een recente ontwikkeling in de architectuur is dat steden zich in het kader van ‘citybranding’ steeds meer wensen te profileren door middel van spectaculaire architectuurprojecten. De leidende gedachte hierbij is dat architectuur hot is en een positieve en creatieve uitstraling heeft, hetgeen ten goede komt aan het comfort, het economisch, cultureel en maatschappelijk klimaat in de stad. Het is niettemin van belang om op dit gebied de ‘needs’ en de ‘wants’ van de stedelijke samenleving te peilen, met voortschrijdend inzicht, op basis van de tijd waarin we leven.

De Nederlandse ambassades in het buitenland worden sinds enige tijd door befaamde architecten ontworpen. Een goed voorbeeld is de ambassade in Berlijn, ontworpen door Rem Koolhaas. Ook het interieur wordt steeds vaker mede samengesteld door producten van de hand van Nederlandse ontwerpers, al of niet geproduceerd met Nederlandse of buitenlandse bedrijven. Maar zijn de ambassades als handelsmissie, als portaal van de Nederlands export, niet nog teveel gebaseerd op een andere tijd dan die waarin we nu leven? Het lijkt nog vaak alsof de ambassades zich uitsluitend richten op deze ene richting, van ons naar hun. Misschien moet ook de achterdeur van de ambassade de voordeur worden om creativiteit uit het betreffende land met elkaar te delen, van hun naar ons. De missie van de ambassades zou prominenter kunnen worden als het gaat om de uitwisseling van creatieve innovatie. Dat zou betekenen dat we niet alleen onze creativiteit tentoonstellen door een mooi gebouw, maar dat we ook functies en doelstellingen van de ambassade zouden moeten herbezien.

Design en Overheid en visuele communicatie
Uit onderzoek blijkt dat we dagelijks meer reclameboodschappen, nieuwsberichten en andere belangrijke of minder belangrijke, of in het geheel niet op de individu toegesneden, informatie ontvangen dan een gewoon mens aan kan. De distributie van informatie is door internet explosief toegenomen. Er komt zoveel op ons af dat we het onderscheid tussen het een en het ander nauwelijks nog kunnen maken. Veel vormgeving baseert zich op een ander, eerder uitgevoerd ontwerp met een ander doel. Inhoud en vorm worden verward, boodschappen worden daardoor onduidelijk, zoniet onbegrijpelijk. Het bedenken, maken, zien, lezen en begrijpen van informatie in de publieke ruimte is een belangrijk aandachtsgebied van Design en Overheid.

Een belangrijk onderdeel van onze leefomgeving, de visuele communicatie, speelt een belangrijke verbindende rol in de samenleving. Zoals al eerder vermeld maakt visuele communicatie het grootste deel uit van de designwereld. Dit betreft zaken als bewegwijzering, straatmeubilair, logo’s voor het openbaar vervoer en huisstijlen van openbare diensten. Veel winst kan voor de Nederlandse samenleving geboekt worden als deze visuele tekens rekening houden met de diversiteit en multiculturele samenstelling van de Europese bevolking.

Naast deze concrete vormen van visuele communicatie kunnen ook meer tijdelijke en terloopse vormen hiervan de sociale dimensie van de stedelijke beleving vergroten. De laatste paar jaren kan men op mondiaal niveau in de zenuwbanen en knooppunten van de grote steden creatieve interventies aantreffen, die tot nieuwe dynamieken leiden. Hierbij kan gedacht worden aan sociaal betrokken uitingen of interventies op het snijvlak van design en architectuur, waarbij het gaat om de interactieve relatie met de stedeling en om een gevoel van saamhorigheid, engagement, intimiteit of verrassing op te roepen. Deze interventies, luiden een nieuw genre in dat getypeerd kan worden als ‘open source urban design’. De Nederlandse overheid speelt als opdrachtgever een belangrijke rol op de vormgeving van de openbare ruimte.

De politiek presenteert zich aan de bevolking via posters. Op de televisie, radio en via internet krijgen we de campagnebeelden te zien en argumentaties te horen. Steeds vaker lijken de programma’s ondergeschikt aan de presence van de vertegenwoordigers van de partijen. Campagnebeelden tonen partijtrekkers als kapitein op een schip, of gewoon als een aimabel mens. Het inhoudelijke partijprogramma is minder aan de orde bij de vormgeving van de campagneposters en andere gedrukte en geprinte campagne middelen. Natuurlijk zijn er inmiddels andere, misschien meer geëigende methodes, om de boodschap van de partij onder de aandacht van de kiezers te brengen. Zo heeft Barack Obama tijdens zijn campagne internet ingezet, mobiele telefoon of persoonlijke ‘ambassadeurs’ in het publieke domein ingezet. Burgers gingen langs deuren om elkaar te motiveren en te overtuigen om op Obama te stemmen. De diversiteit van de samenleving en de daaruit voortkomende genoegens en ongenoegens, zijn ook op het gebied van visuele communicatie een belangrijke motivatie om vragen te stellen over de veronderstellingen die gebruikt worden bij de vormgeving van politieke campagnes.

Visuele communicatie gaat niet alleen over het ontwerpen van een leesbaar inhoudelijk beeld maar vooral ook om de methode waarmee, en de manier waarop, dat beeld onder de aandacht van de geadresseerde wordt gebracht. De multiculturele samenleving, de verschillende landen binnen een groeiend Europa, de nog vast te stellen identiteit van Europa in een internationale context, internationale communicatie, kennis delen en genereusiteit zijn belangrijke kenmerken om mee te nemen bij toekomstige projecten op het gebied van visuele communicatie vanuit de landelijke overheid en Europese regelgevingen.